#15 De tijd en de schrijver

Ik haalde de deadline voor mijn manuscript en mocht die komen pitchen bij een uitgever op de schrijfdag. Net op tijd. Dat ging gelukkig vlot: tien minuten van elkaar aftasten, het idee blootleggen en uitleggen waarom iemand je verhaal zou willen lezen. Daarna kreeg ik nog nuttige feedback en wisselden we elkaars gegevens. Weer een stapje dichter bij de roman; dat wezen dat al zo lang te roepen van “wroet me uit op papier en toon me dan verdomme!”, ja dat dus.

Tegelijk zit m’n kop vol zorgen. Net zoals bij die pitch, lijkt de tijd te kort, maar waarom? Tijd mag ook lang zijn, zonder scrollen, zonder afleiding, het mag ook gewoon tijd zijn. Tijdrekken, dat lukt me nauwelijks, enkel als ik schrijf. Dan ben ik die jongen van dertig jaar geleden, geen dag ouder. Dan ben ik compleet in het moment en moet niets, behalve dat wat ik zelf wil en doe en waar ik plichtsbewust tijd voor maak.

Tot de innerlijke criticus komt, een melding binnenstormt van de nieuwsapp of ik gewoon weer online ga en afleiding zoek terwijl ik geconfronteerd word met stompzinnigheid, en met mezelf. Ja, je bent geen twintig meer en neen, die challenge daar begin je niet aan, of toch?

Misschien moet ik eerst eens stoppen met tobben over ouder worden. Ouder word je toch, maar dat wil niet zeggen dat je niets meer kan of het te laat is. Neen, het kan altijd nog, elke dag opnieuw, anders, maar het kan nog. Daarbij moet ik eerlijk blijven naar mijn gevoel toe. Want wat maakt mij nog echt gelukkig en wat niet? En hoe kan het dan anders? Ik wil er niet nog eens twintig jaar over piekeren.

Ik heb me al zo vaak ongelukkig gevoeld en me verstopt in een of ander hoekje of materiële vlucht. Ik ben al zo lang bang geweest om te leven, om verlaten te worden, om afgewezen te worden, om anderen te kwetsen, zelf pijn te hebben, om echt - te voelen. Waardoor ik het verstopte in dagboeken, krabbels her en der en me tegelijk innerlijk voelde wegzakken, als een kaars waarvan de was stilaan verdwijnt en de vlam niet lang meer zal branden. Ook dat mag stoppen. Ik vuur het aan, giet er emmers met was bij. Ik heb gewoon in een te lange winterslaap gelegen.

Weet je, ik voelde me ooit echt vrij, in mijn hoofd, soms wat donker door de beladen jonge jaren, maar het was er; dat lichte, avontuurlijke en het naïeve geloof in de wereld en mijn eigen kunnen. Dat wil ik terug. Wel, ik eis het op!

Ik ga door.
Ik schrijf door.
Zonder angst deze keer.

En zonder blind te zijn voor wat er rondom gebeurt.

Ik wil kunnen ademen als een kind op de speelplaats, ongedwongen vanuit een plezier om te ontdekken, te ervaren en te leven met wat er is en niet is. Wat als ballast aanvoelt leg ik netjes naast me neer, het helpt me niet vooruit, niet als schrijver en al zeker niet als mens.
Zo dus.

Doe je mee?

Bart VERMEER